De Industriële Revolutie heeft het leven van arbeiders volledig heeft veranderd. Deze Revolutie is de periode waarin nieuwe energiebronnen, zoals kolen en stoom, werden gebruikt om nieuwe machines aan te drijven die werden ontworpen om menselijke arbeid te verminderen en de productie te verhogen. Het was de overgang naar een industriële samenleving die de arbeid voor altijd veranderde. Arnold Toynbee (1852-1883) is de eerste geweest die het begrip Industriële Revolutie in de huidige betekenis heeft gebruikt. Zijn redenering ging in de richting van een combinatie van mentaliteitsverandering, de vergroting van het politieke en juridische machtsapparaat en sociaaleconomische ontwikkeling.

1.0

De eerste Industriële Revolutie begon eerst in Groot-Brittannië na 1750. Er waren verschillende factoren die Groot-Brittannië tot een ideale plek voor industrialisatie maakten. Ten eerste creëerde de landbouwrevolutie van de 18e eeuw een gunstig klimaat voor industrialisatie. Door de voedselproductie te verhogen, kon de Britse bevolking met minder inspanning tegen lagere prijzen worden gevoed. Het overschot aan voedsel betekende dat Britse gezinnen het geld dat ze hadden bespaard konden gebruiken om gefabriceerde goederen te kopen. De bevolkingsgroei in Groot-Brittannië en de uittocht van boeren van landelijke naar stedelijke gebieden op zoek naar loonarbeid creëerden een groepje arbeiders voor de nieuwe industrieën.

Groot-Brittannië had financiële instellingen, zoals een centrale bank, om nieuwe fabrieken te financieren. De winsten die Groot-Brittannië had genoten als gevolg van de bloeiende katoen- en handelsindustrieën, lieten investeerders toe om de bouw van fabrieken te ondersteunen. Britse ondernemers die geïnteresseerd waren in het nemen van risico’s om winst te maken, waren de leiders van de industrialisatie.

Groot-Brittannië had daarnaast een enorm aanbod aan minerale hulpbronnen, zoals kolen, die werden gebruikt voor het exploiteren van industriële machines. Aangezien Groot-Brittannië een relatief klein land is, zouden deze middelen snel en tegen een redelijke prijs kunnen worden vervoerd. De Britse koopvaardij kon goederen naar buitenlandse markten vervoeren. Ten slotte creëerde het koloniale imperium van Groot-Brittannië een klaar aanbod van consumenten om haar geproduceerde goederen te kopen.

Wat veranderde voor arbeiders?

Na de industriële revolutie leerden arbeiders niet meer hoe zij een compleet product moesten vervaardigen, maar leerden een klein deel van het productieproces en herhaalden het de hele dag door. Elke vorige en volgende stap in het productieproces werd gedaan door een andere persoon. Werkgevers probeerden de stappen tot zulke eenvoudige taken te maken dat men het met weinig training kon uitvoeren. Daarom werden ook zeer lage lonen betaald voor deze ongeschoolde arbeid.

Sinds de industriële revolutie aan het einde van de 18e eeuw zo nieuw was, waren er aanvankelijk geen wetten om nieuwe industrieën te reguleren. Er waren bijvoorbeeld geen wetten die bedrijven ervan weerhielden zevenjarige kinderen aan te nemen om fulltime in kolenmijnen of fabrieken te werken.[1] Geen enkele wetgeving reguleerde wat fabrieken konden doen met hun bio-gevaarlijk afval. Het vrije marktkapitalisme betekende dat de overheid geen rol speelde bij het reguleren van de nieuwe industrieën of het plannen van diensten voor nieuwe steden. Dus tijdens de eerste fase van de Industriële Revolutie, werd de Britse samenleving het eerste voorbeeld van wat er gebeurt in een land waar het vrije marktkapitalisme geen beperkingen kent.

Voor de eerste generatie werknemers waren de werkomstandigheden erg zwaar en soms tragisch. De meeste arbeiders werkten 10 tot 14 uur per dag, zes dagen per week, zonder betaalde vakantie of vakantie.[2] Elke industrie had ook veiligheidsrisico’s; het proces van het zuiveren van ijzer bijvoorbeeld, eiste dat de arbeiders werkten in temperaturen zo hoog als 130 graden in het koelste deel van de ijzerfabriek. Onder dergelijke gevaarlijke omstandigheden kwamen regelmatig ongevallen voor. Een rapport in opdracht van het Britse Lagerhuis in 1832 merkte op dat er fabrieken waren, waarin zich voortdurend ernstige ongelukken voordeden en waarin, niettegenstaande, gevaarlijke delen van de machine niet-omheind bleven. Het rapport voegde eraan toe dat werknemers vaak werden afgestoten vanaf het moment dat een ongeluk gebeurde, hun loon werd gestopt, er werd geen medische hulp geboden en ongeacht de omvang van de verwonding, wordt geen compensatie geboden.[3] Gewonde werknemers raakten doorgaans hun baan kwijt en ontvingen ook geen financiële compensatie voor hun letsel om te betalen voor de broodnodige gezondheidszorg.

Het werken in nieuwe industriële steden had ook een effect op de leefomstandighedenbuiten de fabrieken. Naarmate arbeiders van het land naar de stad migreerden, werd hun leven en het leven van hun gezinnen volkomen en permanent getransformeerd. Voor veel geschoolde werknemers daalde de kwaliteit van het leven aanzienlijk in de eerste 60 jaar van de Industriële Revolutie. Ervaren wevers, bijvoorbeeld, leefden goed in de pre-industriële samenleving als een soort middenklasse. Ze verzorgden hun eigen tuinen, werkten in hun huizen of kleine winkels aan textiel en dede aan pluimvee en veeteelt. Ze waren daarvoor hun eigen bazen.

Historici zijn het oneens over de vraag of het leven voor de arbeidersklasse is verbeterd in de eerste Industriële Revolutie. E.P. Thompson debatteerde in The Making of the English Working Class[4] dat het leven duidelijk niet verbeterde voor de meerderheid van de Britten: “De ervaring van immobilisatie kwam op hen in verschillende vormen; voor de veldarbeider, het verlies van zijn gemeenschappelijke rechten en de overblijfselen van de dorpsdemocratie; voor de ambachtsman, het verlies van de status van zijn ambachtsman; voor de wever, het verlies van levensonderhoud en onafhankelijkheid; voor het kind het verlies van werk en spelen in huis; voor veel groepen werknemers wiens werkelijke verdiensten zijn verbeterd, het verlies van veiligheid, vrije tijd en de achteruitgang van de stedelijke omgeving.

Historici zijn het er ook niet over eens als de reële lonen voor werknemers in deze periode zijn verhoogd. De meesten zijn het er echter over eens dat de reële lonen gecorrigeerd voor de inflatie in principe stabiel bleven van 1790 tot 1840. Maar na 1840-1850, toen Engeland de tweede Industriële Revolutie inging, lijkt het erop dat de reële lonen beginnen te stijgen.[5]

2.0

Historici hebben de jaren 1850-1950 getypeerd als de periode van de Tweede Industriële Revolutie. Terwijl de Eerste Industriële Revolutie de groei van industrieën veroorzaakte, met kolen, ijzer, spoorwegen en textiel, was de Tweede Industriële Revolutie getuige van de uitbreiding met elektriciteit, aardolie en staal.

Veel van de veranderingen die in deze periode plaatsvonden, hadden te maken met nieuwe producten, simpelweg door oude te vervangen. In deze periode begon bijvoorbeeld staal ijzer te vervangen. Staal werd gebruikt voor bouwprojecten, industriële machines, spoorwegen, schepen en vele andere items. Staalproductie maakte het mogelijk om spoorlijnen te bouwen tegen concurrerende kosten, waardoor het transport verder werd verbeterd.

Het is moeilijk om een tijd voor te stellen waarin elektriciteit een luxe was. Het begin van de Tweede Industriële Revolutie was echter zo’n tijd. Vóór de introductie van openbare elektriciteit werden kaarsen en gaslampen gebruikt om huizen en fabrieken te verlichten.

Veel activiteiten werden overdag uitgevoerd. Het gebruik van elektriciteit heeft de manier waarop mensen werkten en leefden fundamenteel veranderd. De eerste efficiënte commerciële elektrische generatoren werden gebruikt in de jaren 1870. In 1881 was Groot-Brittannië het allereerste land dat een openbare elektriciteitscentrale installeerde. Vanaf 1910 was het mogelijk om vanuit één station een woonwijk van stroom te voorzien.

3.0

Eerst namen machines steeds meer van het werk over dat eerder door mensen werd gedaan. Dit proces is in zowel de Eerste als de Tweede Industriële Revolutie te zien. De Term Machines, kreeg op een bepaald moment een toegevoegde waarde. Computers werden ook onderdeel van Machines. Hier trad de Derde Industriële Revolutie in.

In deze periode zagen wij de opkomst van een nieuw type energie waarvan het potentieel zijn voorgangers overtrof: Kernenergie. Deze revolutie was aanleiding voor de opkomst van elektronica – met de transistor en microprocessor – maar ook voor de opkomst van telecommunicatie en computers. Deze nieuwe technologie leidde tot de productie van materiaal dat grenzen zou doorbreken, vooral voor ruimteonderzoek en biotechnologie. Voor de industrie leidde deze revolutie tot het tijdperk van hoogwaardige automatisering in productie dankzij twee belangrijke uitvindingen: automaten – programmeerbare logische controllers-en robots.[6] Taken die voldoende konden worden geroutineerd en die door een computer konden worden uitgevoerd, hadden in deze tijdperk geen geweldige toekomst meer. Hier werd bijvoorbeeld offshoring van productie en taken mogelijk gemaakt door de opmerkelijke vooruitgang op het gebied van Informatie- en Communicatietechnologie (ICT).[7]

4.0

Tijdens de Derde Industriële Revolutie werden wij allemaal onlosmakelijk met elkaar verbonden als werknemers en consumenten. Naarmate deze verbondenheid toenam, werden innovaties sneller, efficiënter en breder toegankelijk dan voorheen. Technologie werd ook steeds meer met elkaar gelinkt; in het bijzonder zagen wij een samensmelting van digitale, fysieke en biologische rijken. Nieuwe technologieën maken nu maatschappelijke verschuivingen mogelijk door invloed uit te oefenen op economie, waarden, identiteiten en mogelijkheden voor toekomstige generaties. Hier nu de vierde fase van de industriële Revolutie ofwel Industrie 4.0. Deze begon rond de millenniumwisseling

Waarom nu?

De eerste praktische stappen richting kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence- AI) werden gezet in de jaren 1940. Vandaag de dag is AI in ons dagelijks leven in gebruik en heeft een historisch moment bereikt vanwege zes convergerende factoren:

Big data: Computers hebben ons toegang gegeven tot enorme hoeveelheden gegevens, zowel gestructureerd (in databases en spreadsheets) als ongestructureerd (zoals tekst, audio, video en afbeeldingen). Al deze gegevens documenteren ons leven en verbeteren het menselijk begrip van de wereld. Aangezien biljoenen sensoren worden gebruikt in apparaten, pakketten, kleding, autonome voertuigen en elders, zal ‘big data’ alleen maar groter worden. Met AI-ondersteuning kunnen wij gegevens gebruiken om historische patronen te ontdekken, efficiënter te voorspellen, effectievere aanbevelingen te doen en meer.

Verwerkingskracht: versnelde technologieën zoals cloud computing en grafische verwerkingseenheden hebben het goedkoper en sneller gemaakt om grote hoeveelheden gegevens te verwerken met complexe AI-compatibele systemen via parallelle verwerking.

• Een verbonden wereld: sociale mediaplatforms hebben de interactie tussen individuen fundamenteel veranderd. Deze toegenomen connectiviteit heeft de verspreiding van informatie versneld en het delen van kennis gestimuleerd, wat heeft geleid tot de opkomst van een ‘collectieve intelligentie’, waaronder open-source communities die AI-tools ontwikkelen en applicaties delen.

 • Open-source software en data: Open-source software en data versnellen de democratisering en het gebruik van AI, zoals te zien is in de populariteit van open-source machine learning standards en platforms zoals TensorFlow, Caffe2, PyTorch en Parl.ai. Een open-source benadering kan betekenen dat er minder tijd wordt besteed aan routinematige codering, industriestandaardisatie en bredere toepassing van opkomende AI-tools.

• Verbeterde algoritmen: onderzoekers hebben vooruitgang geboekt in verschillende aspecten van AI, met name in ‘deep learning’, waarbij lagen van neurale netwerken zijn betrokken, ontworpen op een manier die is geïnspireerd door de manier waarop het menselijk brein informatie verwerkt. Een ander opkomend onderzoeksgebied is ‘deep reinforcement’, waarbij de AI-agent met weinig of geen initiële invoergegevens leert vallen en opstaan, ​​geoptimaliseerd door een beloningsfunctie.

• Versnelde rendementen: concurrentiedruk heeft de opkomst van AI aangewakkerd, omdat bedrijven verbeterde algoritmen en open-source software hebben gebruikt om hun concurrentievoordeel te vergroten en hun rendement te vergroten door bijvoorbeeld personalisatie van consumentenproducten te verhogen of door intelligente automatisering te gebruiken voor de productiviteit.

De convergentie van deze factoren heeft AI geholpen om van in vitro (in onderzoekslaboratoria) naar in vivo (in het dagelijks leven) te gaan.

Gevestigde ondernemingen en start-ups kunnen nu baanbrekende AI-ontwikkelingen en -toepassingen realiseren. Veel mensen gebruiken al met AI geïnfundeerde systemen, of ze het nu beseffen of niet, bij online winkelen, entertainmentaanbevelingen vinden, ongewenste e-mails eruit filteren of een reis naar het werk op sociale media delen. AI is dus al hier en veel managers van bedrijven zien de potentiële waarde ervan.

Het spectrum van AI breidt zich ook uit en omvat nu:

• Geautomatiseerde intelligentiesystemen die arbeidsintensieve taken vereisen die intelligentie vereisen en deze automatisch voltooien. Bijvoorbeeld een robot die gerecyclede huishoudelijke materialen kan leren sorteren.

• Ondersteunde intelligentiesystemen die patronen in historische gegevens bekijken en onthullen, zoals ongestructureerde posts op sociale media, en mensen helpen om taken sneller en beter uit te voeren door de verkregen informatie te gebruiken. Technieken zoals deep learning, natuurlijke taalverwerking en anomalie-detectie kunnen bijvoorbeeld voorlopende indicatoren van orkanen en andere grote weergebeurtenissen blootleggen.

• Augmented Intelligence-systemen die AI gebruiken om mensen te helpen een onzekere toekomst te begrijpen en te voorspellen. Bijvoorbeeld, AI-enabled management simulators kunnen helpen bij het onderzoeken van scenario’s met betrekking tot klimaatbeleid en broeikasgasemissies.[8]

• Autonome intelligentiesystemen die besluitvorming automatiseren zonder menselijke tussenkomst. Bijvoorbeeld systemen die patronen van hoge vraag en hoge kosten bij energievoorziening kunnen identificeren, waarbij het gebruik automatisch wordt aangepast om geld van een huiseigenaar te besparen.[9]


[1] Mark Easton, Geraldine Carrodus, Tim Delaney, Kate McArthur, Richard Smith, 2013, The Industrial Revolution, Oxford Big Ideas Geography, https://www.oup.com.au/__data/assets/pdf_file/0021/58071/Oxford-Big-Ideas-Geography-History-9-ch5-Industrial-revolution.pdf

[2] University of Calicut, 2014, Social and Cultural History of Britain: History of Revolutions and Era of Colonialism, http://www.universityofcalicut.info/cuonline/exnotif/ex4231.pdf

[3] Christine Cote, 2012, The Campaign for Regulating Child Labor in Britain: The Factory Act of 1833, Gardiner Public Schools

[4] E. P. Thompson, 1963, The MAKING of the ENGLISH WORKING CLASS https://uncomradelybehaviour.files.wordpress.com/2012/04/thompson-ep-the-making-of-the-english-working-class.pdf

[5] E. P. Thompson, 1963, The MAKING of the ENGLISH WORKING CLASS https://uncomradelybehaviour.files.wordpress.com/2012/04/thompson-ep-the-making-of-the-english-working-class.pdf

[6] Aggarwal SR & Steve Nash, 2017, Automation Trends in 2018: New Model of Creative Thinking Through Human and Machine collaboration. Aggarwal SR & Steve Nash 2017

[7] Alan S. Blinder,  2008, Education for the Third Industrial Revolution, Princeton University CEPS Working Paper No. 163

[8] John Sterman’s Climate simulation project op zijn Climate Interactive website, https://www.climateinteractive.org/ 

[9] PWC, 2018, Fourth Industrial Revolution for the Earth, Harnessing Artificial Intelligence for the Earth

Bron: Kamlesh Ganesh, 2020, IBW University.