• Wed. Oct 20th, 2021

Een analyse naar de determinanten van inkomensongelijkheid in Suriname

Aug 3, 2021

De Verenigde Naties (VN) hebben in 2015 de “Sustainable Development Goals” (SDG) vastgesteld als nieuwe duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030: 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, waarvan nummer 10 betrekking heeft op het verminderen van ongelijkheid in en tussen landen. Onder dit doel wordt aangegeven dat ongelijkheid in landen op basis van leeftijd, geslacht, etniciteit, religie en vooral inkomen moet worden aangepakt. Volgens de VN is dit nodig om de economische inclusie te bevorderen, waardoor uitvoering van de SDG agenda een betere wereld kan creëren voor alle mensen (Verenigde Naties, 2016). 

Ongelijkheid wordt doorgaans beschreven als verschillen in levensstandaarden tussen mensen of huishoudens. Het heeft ook betrekking op de relatieve positie van verschillende individuen (of huishoudens) binnen een verdeling (The United Nations University World Institute for Development Economics Research, 2015). Nathalie Goodings heeft als onderdeel van haar studie Algemene Economie op de Anton de Kom Universiteit van Suriname onderzoek gedaan naar inkomensongelijkheid vanwege de macro-economische gevolgen die dit verschijnsel met zich meebrengt.

Onderzoek

Haar onderzoek heeft als probleemstelling: Welke determinanten hebben invloed op de inkomensongelijkheid in Suriname gedurende de periode 2016-2017? Om antwoord te kunnen geven op deze probleemstelling zijn deelvragen geformuleerd. De deelvragen van determinanten regio, geslachtsverschillen, etniciteitsverschillen, opleidingsniveau, sociaalzekerheidsstelsel en arbeidsmarkt status betreffen elk afzonderlijk de significantie van de invloed op inkomensongelijkheid.

Methode

In dit onderzoek is gebruik gemaakt van de bestaande databron van de Suriname Survey of Living Conditions (SSLC) 2016/17 verwerkt in SPSS. Om te onderzoeken welke determinanten invloed hebben op inkomensongelijkheid is er ten eerste gebruik gemaakt van een meervoudige regressieanalyse. Daar de Gini-coëfficiënt alleen op regio niveau is gemeten en niet op het niveau van de andere determinanten, werd een degelijk kwantitatief onderzoek met behulp van de regressieanalyse ondermijnd. Inkomensongelijkheid werd in deze studie derhalve benaderd vanuit het verschil in inkomen van de huishoudens met behulp van de binaire logistische regressie. Om de robuustheid van de gevonden resultaten te toetsen wordt gebruik gemaakt van de robuustheidstest. Robuustheidstesten analyseren de onzekerheid van modellen en testen of geschatte effecten gevoelig zijn voor wijzigingen in modelspecificaties.

Resultaten

Ten eerste is het uit de Anova toetsen gebleken dat er significante verschillen zijn in inkomen tussen de verschillende respondenten. Bij de variabel regio is gebleken dat de respondenten binnen de categorie Groot Paramaribo op maandbasis meer verdienen ten opzichte van de respondenten in het kustgebied, terwijl de respondenten van het binnenland minder verdienen. 

Verder is gebleken dat de mannen meer verdienen dan de vrouwen. Aan de hand van de resultaten kan dus gesteld worden dat de determinant geslacht wel een significante invloed heeft op de ongelijkheid in inkomen bij de respondenten. De analyse laat ook zien dat de dummy-variabelen “chinees” en “gemengd” een significant effect hebben op de kans dat de inkomensongelijkheid vergroot wordt. Dit geeft dus aan dat dat etnische afkomst wel een invloed heeft op het inkomen. 

Verder is gebleken dat de dummy-variabelen GLO, VOJ en Tertiair een significant effect hebben op de kans dat de inkomensongelijkheid vergroot wordt. Aan de hand van de overige data is gebleken dat de respondenten die een masters hebben de hoogste inkomens bezitten. Aan de hand van de resultaten kan dus gesteld worden dat de determinant opleidingsniveau een significante invloed heeft op de inkomensongelijkheid. 

Uit de analyse is gebleken dat de variabele sociale vangnetprogramma’s een significant effect heeft op de kans dat de inkomensongelijkheid vergroot wordt. Aan de hand van de resultaten kan dus gesteld worden dat de variabele sociale vangnetprogramma’s wel een significante invloed heeft op de inkomensongelijkheid. 

Uit de analyse is gebleken dat de variabele “publieke sector” en stagiaire een significant effect hebben op de kans dat de inkomensongelijkheid vergroot wordt. Aan de hand van de resultaten kan gesteld worden dat de veronderstelling niet volledig ondersteund wordt door de data omdat het aantal werklozen niet kon worden opgenomen in het model vanwege het gebrek aan inkomen bij deze groep. Er wordt dus aangenomen dat de determinant arbeidsmarkt status geen significante invloed heeft op de inkomensongelijkheid.

Het antwoord op de probleemstelling “Welke determinanten hebben invloed op de hoogte van de inkomensongelijkheid in Suriname?” is dat in dit onderzoek met een verklaringskracht van 20.6% het is gebleken dat de determinanten regio, geslacht, etniciteit, opleidingsniveau, en sociale vangnet programma’s van de overheid een significante invloed hebben op de ongelijkheid in inkomen terwijl de determinant arbeidsmarktstatus geen significant effect heeft.

Aanbevelingen

Nathalie  heeft ter afsluiting van het onderzoek enkele aanbevelingen opgenomen in haar verslag, te weten: 

– Prioriteitstelling SDG’s met name SDG 10 door de Surinaamse regering. De bevindingen van dit onderzoek en ander onderzoek betreffende de inkomensongelijkheid in Suriname, kunnen bijdragen aan de aanpak en opzet van verder onderzoek. Dit moet dan uitgevoerd worden door de

Regering van Suriname, met name de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Internationale Samenwerking; Arbeid, Werkgelegenheid en Jeugdzaken; Financiën en Planning in samenwerking met Anton de Kom Universiteit van Suriname, Institute for Graduate Studies and Research, Instituut voor Maatschappij Wetenschappelijk Onderzoek.

-Stakeholder beleidssessies organiseren, waaraan specialistische instanties, bijvoorbeeld ABS, ook participeren om de stand van zaken met betrekking tot inkomensongelijkheid haarscherp in beeld te brengen. Dit kan m.b.v. het Ministerie van Financiën en Planning; Bedrijfsleven en Vakbonden.

-Het verder plegen van onderzoek op het gebied van inkomensongelijkheid. Dit kan dan uitgevoerd worden door: het Ministerie van Financiën en Planning; Algemeen Bureau voor de Statistiek, Belasting Dienst; Anton de Kom Universiteit; Institute for Graduate Studies and Research, Instituut voor Maatschappij Wetenschappelijk Onderzoek.

-Beleidsformulering voor urbane en rurale ontwikkeling, met name voor wat betreft economische activiteit, gemeenschapsontwikkeling educatie en ondernemerschap. Dit kan m.b.v. het  Ministerie van Economische Zaken en handel; Regionale Ontwikkeling en Sport, en andere.

-Beleidsformulering onderwijs voor aanmoediging van burgers om te leren (life long learning), ook op hogere niveaus waarbij het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur de belangrijkste stakeholder is.

Connect ondersteunt en bevordert de creatie en verspreiding wetenschappelijke kennis en onderzoek door samenwerking met bibliotheken, uitgevers, onderzoekers, onderwijsinstellingen en wetenschappers.
Wens jij ons werk te ondersteunen?
Inzendingen voor publicatie: info@connect.sr
Adverteren
: Click hier