Nepnieuws beschouwt als zeer groot probleem voor Suriname

Apr 23, 2021

Samenvatting

Onder de naam Media Literacy Suriname is in de maanden februari en maart 2021 campagne gevoerd om aandacht te trekken voor een onderzoek. Het onderzoek werd gericht op het gedrag van mensen inzake nepnieuws in Suriname, bedoeld om de inhoud van geplande webinars vast te stellen. 85% van de respondenten ziet Nepnieuws als een groot probleem in Suriname. Velen (     51%) blijven echter bronnen van nepnieuws volgen, ondanks men daar bewust van is. Nepnieuws beïnvloedt het vertrouwen van Surinamers in de regering, terwijl politieke leiders worden gezien als de voornaamste bron van nepnieuws en journalisten als de verantwoordelijken voor het verminderen van Nepnieuws. 70% denkt over de skills te bezitten om nepnieuws te onderscheiden terwijl 60% toegeeft wel eens nepnieuws te hebben gedeeld. 52% van onze respondenten delen informatie onder invloed van anderen, terwijl meer dan de helft vaak bewust klikt op nepnieuws via sociale media. 

Introductie

Verreweg het grootste onderwerp voor nepnieuws de afgelopen periode was Covid-19. De verhalen waren talrijk en gevarieerd, maar één van de meest wijdverspreide verhalen was dat Covid-19 werd veroorzaakt door 5G-straling. In Groot-Brittannië werden 5G-masten aangevallen en de Amerikaanse zakenmagnaat Bill Gates werd als de schuldige aangewezen. 

Nepnieuws nieuws dat niet op waarheid berust, vaak bewust verspreid om de publieke opinie te beïnvloeden.

Nepnieuws is NIET …

  • Satirische verhalen van reguliere nieuwssites: opinie- en hoofdschrijvers in de reguliere media gebruiken soms satire of fantasievolle hypothetische voorbeelden om een punt te maken.
  • Eerlijke fouten melden: zelfs de beste verslaggevers hebben het soms mis, rapporteren dingen als feit voordat ze worden bevestigd of worden gesponnen door bronnen die niet de “hele” waarheid vertellen. Maar als het niet de bedoeling is om iemand voor de gek te houden, is het geen nepnieuws.
  • Journalistiek die je niet leuk vindt: alleen omdat je niet leuk vindt wat de auteur zegt, is nog geen nepnieuws.

Het belang van deze kennis

Politici over de hele wereld blijven roepen naar verboden op het verspreiden van Nepnieuws. Maar de strijd is iets groter. De strijd zit eigenlijk in ons, omdat een wet mogelijk niet zal voorkomen dat informatie of verkeerde informatie jou of de mobiele telefoons die je bij je draagt, bereikt. De technologische ontwikkeling in de wereld brengt ons in 2021 op het punt om het vermogen van het publiek, om feit van fictie te onderscheiden, steeds meer te betwisten. 

De wereld van Artificial Intelligence -ondersteunde audio- en video manipulatie roept heel wat angstwekkende vragen op. Wat zou er gebeuren met onze gemeenschappen, onze bedrijven en onze regeringen als we niet kunnen vertrouwen op wat we lezen, horen of zien in de media? Hoeveel erger kan het zijn als een paniekzaaier gemakkelijk videobewijs kan creëren dat een gerucht waar is? Of zullen criminelen vrij rondlopen omdat ze kunnen beweren dat een echte video is gemanipuleerd? Wat gebeurt er als een aanzienlijk deel van de bevolking niets vertrouwt, omdat alles wat belangrijk is geloofwaardig kan worden vervalst? Het zijn niet de eenmalige vervalsingen waar we ons het meest zorgen over moeten maken. Het is de manier waarop technologie een vermenigvuldiger van bedreigingen is. Het kan het algehele niveau van verontwaardiging, haat en geweld vergroten in een wereld vol kruitvaten die wachten op een vonk. 

Als mensen de werkelijkheid niet kunnen onderscheiden, is het moeilijk om te regeren, om diplomatie te gebruiken. Of jij je nu zorgen maakt over klimaatverandering of pandemieën, democratie of drugsbaronnen, je weet dat landen moeten samenwerken om mondiale uitdagingen aan te pakken. Maar hoe kunnen we samenwerken als we niets en dus elkaar niet kunnen vertrouwen? 

Technologie

Meer dan 50% van de mensen in de wereld gebruikt sociale media. Gezien 2021 veelal gekenmerkt wordt door een groei naar een digitale wereld, is van belang om ook te kijken naar de werking van digitale platformen. Je scrolt door jouw YouTube-, Facebook- of Instagram-feed wanneer er een video verschijnt: een rapport over Covid-19 studies. Alles lijkt te worden ondersteund door feiten. De video heeft honderdduizenden klikken en lijkt wereldwijd grip te krijgen. En veel kijkers lijken het ermee eens te zijn, nadat ze het een “like” hebben gegeven. Maar wat houdt dit precies in? Maakt het de video geloofwaardig? Hoeveel kijkers hebben de video tot het einde bekeken; hoeveel zijn er halverwege over? En waarom verscheen de video in de eerste plaats in jouw feed? Het online platform kent veel antwoorden, maar deelt die informatie niet. En er worden geen andere kwalitatieve aanwijzingen gegeven die jou zouden kunnen helpen om de inhoud, kwaliteit of geloofwaardigheid van de video te beoordelen.

Onderzoekers concluderen dat periodieke herinneringen aan gebruikers van bijvoorbeeld sociale media kanalen om de juistheid van informatie te beoordelen, de verspreiding van desinformatie online, samen met alle problemen die het veroorzaakt, kunnen verminderen. Mensen worden bij het beslissen wat ze op sociale media willen delen, op verschillende manieren (bijvoorbeeld pakkende beelden of titels) afgeleid van de juistheid van de inhoud. Daarom kan het verleggen van de aandacht naar het concept van nauwkeurigheid ertoe leiden dat mensen de kwaliteit van het nieuws dat ze delen, verbeteren.

Twitter bijvoorbeeld test al enkele opties. Wanneer gebruikers een artikel delen zonder de link daadwerkelijk te openen, kunnen ze een waarschuwing zien. Aangezien de meeste mensen de artikelen die ze delen niet eens lezen, is dit een nuttige eerste stap. Maar er is veel meer nodig.

Methode onderzoek


Onder de naam Media Literacy Suriname is in de maanden februari en maart campagne gevoerd om aandacht te trekken voor een survey. De campagne werd bekostigd door de Amerikaanse Ambassade in Suriname. Er is echter geen bemoeienis geweest met het project in uitvoering, en dus ook geen invloed op de inhoud en de resultaten van het project. De survey had als doel om gedachten van respondenten op te nemen. Deze reacties worden vervolgens gebruikt om de behoefte naar informatie voor de in planning zijnde webinars beter in kaart te brengen. Vanwege de Covid-19 pandemie, is het minder raadzaam geweest om de campagne fysiek uit te rollen.
Op basis van literatuuronderzoek is er een select aantal vragen opgesteld, en getest bij een selecte groep van mensen met een nieuwsmedia achtergrond. De vragen zijn in de vorm van een survey, vervolgens via verschillende digitale kanalen naar diverse netwerken verzonden. Hier is gebruik gemaakt van emails     , Whatsapp, Facebook en Linkedin. Daarnaast zijn er oproepen gelanceerd via traditionele media kanalen (tv, krant en webkranten).

Uit de schattingen mag worden geconcludeerd dat de survey iets meer dan 70.000 mensen heeft bereikt. Op facebook alleen is de reach ruim 60.000 geweest. Uiteindelijk zijn er digitaal 916 reacties binnen gekomen, waartussen 3 doublures. Additioneel zijn er op papier 200 surveys afgenomen, waarvan 185 bruikbaar waren. Het eindresultaat was een respondent aantal van 1098.

Beperkingen van het onderzoek

Vanwege de Covid-19 situatie in de startfase van dit onderzoek en de onvoorspelbaarheid van de verdere ontwikkelingen rond de pandemie, is de survey digitaal afgenomen. Waar mogelijk werd nog op papier survey’s afgenomen. Op grote schaal survey’s rondsturen werd niet verstandig geacht. De gewenste outreach tot groepen die mogelijk geen toegang hebben tot het internet is hierdoor niet mogelijk geweest. Naast mogelijke steekproeffouten, moet men in gedachten houden dat de formulering van vragen en praktische moeilijkheden bij het uitvoeren van enquêtes, fouten of vertekening kunnen veroorzaken in de bevindingen van de survey.

Reserveringen: Op basis van het aantal respondenten binnen dit onderzoek, kunnen er geen conclusies worden getrokken met betrekking tot meningen en gedragingen van Surinamers over het algemeen. De conclusies uit dit onderzoek beperken zich daarom alleen tot de groep van de respondenten. De survey werd dagelijks gemonitord op binnenkomende antwoorden. De responses werden nagegaan op basis van de ingevoerde e-mailadressen. Desondanks moet vermeld worden dat er geen optimale invloed was op wie de formulieren uiteindelijk hebben ingevuld.     Er is voor wat de demografische gegevens betreft geen data verzameld op basis van etniciteit, maatschappelijke ladder en educatie.

Resultaten

Tussen de 1098 respondenten waren vrouwen in de meerderheid (10% meer dan mannen). Uit de groep vrouwen acht 86% nepnieuws voor Suriname een heel groot probleem te zijn. Mannen staan 1% lager dan de vrouwen in deze bezorgdheid. Als het neerkomt op het delen van nepnieuws, geven 65% van de vrouwen toe wel eens nepnieuws te delen, zij het bewust of onbewust. Bij mannen aan de andere kant staat dit percentage op 73%.

Er zijn veel meer reacties van mensen in de leeftijdsgroepen 19-30 jaar ontvangen dan mensen in de hogere leeftijdsgroepen.   

91% van de Respondenten in de leeftijdsgroep 19-30 jaar ziet een heel groot probleem in Nepnieuws wat Suriname betreft. Het is waar dat generatie Z werd geboren in een wereld waarin het internet al bestond en er dus vanaf jonge leeftijd bekend mee zal zijn, wat op zijn beurt van invloed kan zijn op ervaring gebaseerde leerprocessen. Maar deze ervaring levert zeer ongelijke resultaten op en is vooral niet voldoende gestructureerd of geformaliseerd. Ander onderzoek toont daarom aan dat het mogelijk is dat de generatie Z minder geneigd is om hoaxes of nepnieuws te geloven dan hun ouders en grootouders, maar dat betekent helemaal niet dat men op de een of andere manier ertegen “geïmmuniseerd” is.

Als het leren verifiëren, feiten controleren en kritisch oordelen geen centraal onderdeel wordt van het onderwijsproces, dan zullen een groot aantal uit deze generatie naar alle waarschijnlijkheid opgroeien met het geloven in nepnieuws dat online circuleert. De beslissing van Finland om het aanleren van deze vaardigheden te formaliseren, in plaats van aan te nemen dat kinderen op de een of andere manier ‘klaar geboren’ zijn, lijkt goed te werken en zou als model voor andere landen moeten dienen. De kwetsbaarheid voor nepnieuws hangt niet alleen af ​​van de leeftijd, maar ook voor een groot deel van onze online ervaring, de bereidheid om moeite te doen om feiten te controleren.

Respondenten werden gevraagd om aan te geven als zij inderdaad Nepnieuws tegenkomen, zo ja in welke vorm en hoe vaak dit voorkomen opgemerkt wordt. Er is niet een groot verschil gemerkt in de reactie betreffende verzonnen informatie en veranderde en gemanipuleerde beelden. Verzonnen informatie komt procentueel iets meer voor dan het andere. 

De meerderheid van de respondenten ziet nepnieuws als een heel groot probleem voor het land. De reacties van respondenten bij dit onderwerp staan in lijn met de bezorgdheid over de schade aan het vertrouwen van Surinamers in de regering en onderling.

Wordt Nepnieuws ontdekt, zou verwachtbaar zijn dat er een stuk wantrouwen ontstaat bij de ontvanger van informatie tegenover de bron van informatie en de bron minder aandacht geniet. Uit de reacties van onze respondenten blijkt dat zeker meer dan de helft sceptisch wordt over de toekomstige producten van de bronnen, maar de bronnen dan nog blijven volgen. Nog geen 30% stopt meteen met het volgen van de bron. 

Dat het werk van journalisten vaak wordt gezien als nepnieuws, omdat het niet overeenstemt met de belevingswereld van de consument van de informatie, is niet onbekend. In de survey werden respondenten echter gevraagd om te kijken naar enkele andere onderwerpen waar nepnieuws een invloed op kan hebben. 82% van de respondenten denkt dat verzonnen nieuws en informatie een nadelig effect hebben op      het vertrouwen van Surinamers in de regering. Het vertrouwen van Surinamers onderling blijkt ook een onderwerp van bezorgdheid te zijn onder de respondenten. Er is minder bezorgdheid over het effect op het werk van journalisten en politici.

Politieke leiders worden beschouwd als productieve makers van verzonnen nieuws. Journalisten krijgen minder schuld. Bedrijven komen niet voor op de lijst van respondenten als creators van nepnieuws. 

Journalisten worden juist gezien als verantwoordelijken voor het verminderen van de hoeveelheid Nepnieuws.

Respondenten werden gevraagd om aan te geven, wat zij het belangrijkst achten bij het lezen van een artikel. Zo blijkt bronvermelding bij een artikel 1 van de zaken te zijn die respondenten het belangrijkst achten. Waar men op de tweede en derde plaatst eerder naar kijkt, zijn respectievelijk de datum van de publicaties en het taalgebruik. Waar het minst waarde aan wordt gehecht, zijn de auteur, nieuwswaarde, betrouwbaarheid en entertainmentwaarde. Respondenten geven aan niet alleen naar de inhoud van een artikel te kijken, maar zeker ook naar de imago van het medium, als de foto’s aansluiten op de inhoud van het stuk en het tijdstip van publicatie. 

Het merendeel van de respondenten (60%) geeft toe wel eens nepnieuws te hebben gedeeld binnen zijn of haar netwerk. De redenen om zulk een handeling te plegen verschillen wel. Een deel kwam achteraf tot het besef dat zij nepnieuws deelde, terwijl anderen het bewust delen, om discussies op te starten of om anderen te                informeren dat het nepnieuws is. 

Onderzoek      toont aan dat, gezien de structuur van onze sociale netwerken en onze beperkte aandacht, het onvermijdelijk is dat sommige memes viraal gaan, ongeacht hun kwaliteit. Zelfs als individuen de neiging hebben om informatie van hogere kwaliteit te delen, is het netwerk als geheel niet effectief in het maken van onderscheid tussen betrouwbare en gefabriceerde informatie. 61% van onze respondenten menen nieuwswaardige informatie te delen, zonder de feiten te controleren. Dit helpt bij het verklaren van alle virale hoaxes die we in het wild waarnemen. De aandachtseconomie zorgt voor de rest: Als we aandacht besteden aan een bepaald onderwerp, wordt er meer informatie over dat onderwerp geproduceerd. 

Uit onderzoek blijkt dat het kunnen beoordelen van de correctheid niet noodzakelijk het geval is. In plaats daarvan is te zien dat mensen de neiging hebben om valse informatie over bijvoorbeeld COVID-19 op sociale media te delen, omdat ze simpelweg niet nadenken over nauwkeurigheid bij het nemen van beslissingen over wat ze met anderen willen delen.

Meer dan de helft van de respondenten geeft toe, soms onder invloed (je bedoelt nadoen van anderen) van anderen informatie te delen. Maar dit kan veranderen als mensen bewogen worden om na te denken over nauwkeurigheid bij het bekijken van de posts op sociale media. Als een mentale duwtje in de rug om na te denken over nauwkeurigheid zo’n verschil kan maken, overweeg dan de impact van informatie die door vrienden en buren wordt gedeeld. Social media werkt omdat het sociaal is. Het is een manier waarop we ons met elkaar verbinden, en het is een manier waarop we elkaar beïnvloeden. We beïnvloeden elkaar wanneer we medische verkeerde informatie delen die het gevaar van bijvoorbeeld het coronavirus bagatelliseert, of foto’s van onszelf plaatsen op feestjes zonder masker op. Hiermee beïnvloeden we degenen die dicht bij ons staan. Een post weegt zwaarder als deze afkomstig is van een vice – president die beter had moeten weten.

Het simpele feit is dat het omgaan met valse informatie de kans vergroot dat andere mensen het zullen zien. Als mensen er commentaar op geven of een bericht citeren – zelfs als ze het er niet mee eens zijn – betekent dit dat het materiaal wordt gedeeld met onze eigen netwerken van vrienden en volgers op sociale media. Elke vorm van interactie – of je nu op de link klikt of reageert met een emoji met een boos gezicht – zal het waarschijnlijker maken dat het sociale mediaplatform het materiaal aan andere mensen laat zien. Op deze manier kan valse informatie zich ver en snel verspreiden. Dus zelfs door ruzie te maken onder een facebook post, verspreid je het verder. Dit is belangrijk, want als meer mensen het zien, of vaker zien, zal het een nog groter effect hebben. Talrijke onderzoeken hebben duidelijk gemaakt dat hoe vaker mensen stukjes informatie zien, hoe groter de kans is dat ze denken dat ze waar zijn.

Er is kritiek dat veel van de platforms (onbewust) stimulansen zijn geworden voor Nepnieuws. Als je iets leuk vindt – wordt er gekeken naar de inhoud van waar dat ‘leuk’ over gaat – en dan wordt jouw newsfeed plotseling gevuld met vergelijkbare inhoud. Dat zorgt ervoor dat het verhaal eruit ziet alsof het een veel voorkomend iets is, maar in werkelijkheid is het misschien geen enorm fenomeen. Het doel is om gebruikers zo lang mogelijk tevreden te houden, zodat ze op het platform blijven. Dat wordt bereikt door entertainment te bieden en een gevoel van welzijn te creëren – wat waarschijnlijk verklaart waarom veel platforms geen ‘dislike’-knoppen hebben, waarmee gebruikers content omlaag kunnen stemmen. Het gevoel dat wordt overgebracht is: je hebt gelijk. Dat kan onschadelijk zijn wanneer we privé-content delen, zoals vakantiefoto’s, maar het vertekend het beeld wanneer radicale meningen en onwaarheden worden verspreid.

Wat zoekmachines zoals Google betreft valt er ook wat te betwisten, gezien niet alles wat een hoge waardering krijgt, op waarheid hoeft te berusten. Het probleem is dat mensen eerder klikken op links die hoger in de lijst met zoekresultaten worden weergegeven. Dit zorgt voor een positieve feedbacklus: hoe hoger een website wordt weergegeven, hoe meer klikken, en dat zorgt er weer voor dat die website hoger in rang blijft. Zoekmachine Optimalisatie Technieken gebruiken deze kennis om de zichtbaarheid van websites te vergroten. Het is in het belang van de zoekmachine bedrijven om jou dingen te geven die jij wilt lezen, bekijken of gewoon wilt klikken. Traditioneel was dit bedoeld om de informatie naar voren te brengen die het meest relevant zou zijn. Het idee van relevantie is echter wazig geworden omdat mensen de zoekfunctie hebben gebruikt om zowel leuke zoekresultaten als echt relevante informatie te vinden.

Een veelgehoorde stelregel van propaganda is dat als je een leugen vaak genoeg herhaalt, het de waarheid wordt. Dit strekt zich uit tot valse informatie online. Uit een onderzoek uit 2018 bleek dat mensen die herhaaldelijk valse koppen op sociale media zagen, deze als nauwkeuriger beoordelen. De respondenten binnen ons onderzoek blijken voor een groot deel bewust te vallen in de spinnenweb. Bijna de helft klikt via sociale media kanalen door op nieuws waarvan men zeker is dat de informatie incorrect zal zijn. 18% geeft toe er vaker bewust voor te gaan. Ander onderzoek heeft aangetoond dat het herhaaldelijk tegenkomen van valse informatie mensen doet denken dat het minder onethisch is om het te verspreiden (zelfs als ze weten dat het niet waar is, en het niet geloven). Erger is nog, dat na het zien van verzonnen nieuwsverhalen of nepnieuws, mensen ook valse herinneringen kunnen  vormen, vooral als de verhalen aansluiten bij hun overtuigingen, met alle gevolgen van dien voor toekomstige handelingen. Mensen kunnen zelf ook hun eigen verkeerde informatie genereren. Het komt niet allemaal uit externe bronnen. Ze doen het misschien niet met opzet, maar hun eigen vooroordelen kunnen hen op een dwaalspoor brengen. En het probleem wordt groter wanneer ze hun zelf gegenereerde verkeerde informatie met anderen delen.


Volgens een rapport uit Psychological Science, kan het stimuleren van mensen om na te denken over nauwkeurigheid, hen voorzichtiger maken met wat ze later op sociale media posten. Mensen gaan er vaak van uit dat verkeerde informatie en nepnieuws online worden gedeeld, omdat mensen niet in staat zijn onderscheid te maken tussen wat waar is en wat niet waar. 70% van onze respondenten menen wel te bezitten over de vaardigheden om het nieuws op correctheid te kunnen beoordelen. Ongeveer 22% is er nog onzeker over.  Zoomen wij in op de reacties van mannen en vrouwen, dan blijkt dat 83% van de mannen zichzelf vaardig achten om het nieuws op correctheid te kunnen beoordelen. Aan de andere kant denken 60% van de vrouwen het voorgaande te kunnen doen. Zoals uit de volgende figuren blijkt, scoren respondenten zichzelf veel hoger in het kunnen beoordelen van de correctheid van het nieuws in vergelijking met andere Surinamers. Men scoort Surinamers over het algemeen laag.

Respondenten zijn ook gevraagd om op basis van hun eigen ervaringen en blik te werpen op de verwachte toekomst van nepnieuws. 50% ziet zaken niet veranderen, terwijl de helft van de rest zaken ziet verergeren en de andere helft zaken ziet verbeteren. Over het algemeen is men niet al te optimistisch over het toekomstbeeld van nepnieuws in Suriname. 

Een     ieder heeft conform de Grondwet het recht om door de drukpers of andere communicatiemiddelen zijn gedachten of gevoelens te openbaren en zijn mening te uiten, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Ondanks het merendeel van de respondenten belang hecht aan dit grondwettelijk gegeven, blijkt 74% meer waarde te hechten aan het ondernemen van stappen om nepnieuws te beperken.

In tegenstrijd tot wat verwacht werd, is dit een heel hoog percentage, gezien 70% van onze respondenten menen te beschikken over de skills om informatie te kunnen beoordelen op de correctheid.     

Download hier het document met de bronnen:
https://drive.google.com/file/d/1L_QFuQ6qlfDzBcrmAhZr7wSTNCcU-eoF/view?usp=sharing

Op basis van de resultaten van dit onderzoek worden er in de komende weken webinars georganiseerd met conclusies en aanbevelingen naar het publiek toe. Registratie voor deelname kan via deze link:   https://forms.gle/a7LSZ9mVyiE3fNNn6

Ontvang meer wetenschappelijk nieuws op deze manier …

Word lid van de Connect-nieuwsbrief voor geweldig wetenschappelijk nieuws, features en exclusieve primeurs. Onze duizenden abonnees kunnen het niet mis hebben.